Executieve functies
Executieve functies zijn nodig bij het plannen van doelgericht gedrag. Dit is van belang bij het nemen van besluiten, sturen van gedrag, uitvoeren van meerdere handelingen tegelijk of in de goede volgorde na elkaar of aanpassen aan veranderingen in de omgeving. Bij kinderen met een ontwikkelingsstoornis zijn deze executieve functies minder goed, of op een andere manier ontwikkeld.
Trainings computergame
Er is een computergame ontwikkeld waarmee deze functies worden getraind. Het doel van de training is de executieve functies te verbeteren, zodat het kind deze functies beter kan toepassen in het dagelijks leven, waardoor ook zijn of haar gedrag en de levenskwaliteit verbeteren. Er zijn drie verschillende versies van de computergame: een werkgeheugentraining, een training van de cognitieve flexibiliteit en een niet-executieve training. De werkgeheugentraining is gericht op het kortdurend vasthouden en verwerken van informatie. Door het aanbieden van een steeds moeilijker niveau, wordt het werkgeheugen getraind. De cognitieve flexibiliteittraining is gericht op het vermogen om flexibel tussen twee taken te wisselen. Ook hier wordt een steeds moeilijker niveau aangeboden. In de niet-executieve training wordt geen executieve functie getraind, maar worden de werkgeheugentraining en cognitieve flexibiliteittraining op zeer laag niveau aangeboden, waardoor geen echte training plaatsvindt. De niet-executieve training vergt wel aandacht, concentratie en een goed reactievermogen.
Doel van het onderzoek
Het doel van het wetenschappelijke onderzoek is om na te gaan of deze training werkelijk het beoogde effect heeft. Bovendien is het van belang om te onderzoeken welke versie van de training het beste werkt: training van het werkgeheugen of training van de flexibiliteit (schakelvaardigheid), en in welke mate deze trainingen beter werken dan de niet-executieve training. Vantevoren is niet bekend in welke groep een kind terecht komt, omdat de kinderen door loting (dus op basis van toeval) één van de drie versies krijgen toebedeeld.
De opzet van het onderzoek is goedgekeurd door de onafhankelijke medisch ethische commissie van het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam (projectnummer METC 10/185).
Als u vragen hebt over het onderzoek, dan kunt u contact opnemen met onderzoeker Marieke de Vries (020-5256123, m.devries@uva.nl).
Als u vragen hebt die niet naar uw tevredenheid zijn beantwoord door de onderzoeker, of als u een onafhankelijk advies wilt hebben over uw deelname aan het project, dan kunt u contact opnemen met mw. F.H. Aerts (tel. 026-3333037, e-mail: c.aerts@leokannerhuis.nl). Zij is kinder- en jeugdpsychiater van de polikliniek Nijmegen en Doorwerth van het Dr. Leo Kannerhuis. Zij is niet rechtstreeks betrokken bij het project, maar ze is er wel van op de hoogte. Ook bij klachten over het onderzoek kunt u contact opnemen met mw. Aerts via bovengenoemd telefoonnummer en e-mail adres.
Aangezien aan deelname aan deze studie geen risico’s verbonden zijn, heeft de Medisch Ethische Toetsingscommissie ontheffing verleend van de verplichting om voor de deelnemers een speciale schadeverzekering af te sluiten.
Deelname aan het onderzoek is geheel vrijwillig. U kunt elk moment zonder opgaaf van reden uw medewerking aan het onderzoek stopzetten. Niet meedoen of het stopzetten van uw deelname aan het onderzoek zal geen enkel gevolg hebben voor uw lopende behandeling of contact met de instelling waar de behandeling loopt. Deelname aan het project wordt bijzonder op prijs gesteld.